De kleineondernemersregeling

Vanaf 1 januari 2020 gaat de nieuwe kleineondernemingsregeling in. Ondernemers met een omzet van maximaal € 20.000 per jaar kunnen kiezen voor een vrijstelling omzetbelasting. Dit heeft tot gevolg dat de ondernemer geen BTW meer in rekening brengt aan zijn afnemers. BTW die aan hem in rekening wordt gebracht kan ook niet worden teruggevraagd.

Bij de nieuwe kleineondernemersregeling vervalt de aangifteplicht voor de omzetbelasting. Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet je aan de volgende voorwaarden voldoen.

  • Je bent btw-ondernemer
  • Je bent als ondernemer in Nederland gevestigd of hebt hier een vaste inrichting
  • De omzet is niet hoger dan € 20.000 per kalenderjaar

Deze regeling geldt niet alleen voor natuurlijke personen, maar ook op rechtspersonen, zoals stichtingen, verenigingen en BV’s. 

Tot 2020 gelden de volgende regels om in aanmerking te komen voor de kleineondernemersregeling:

  • Na aftrek van de voorbelasting hoef je op jaarbasis minder dan € 1.883 te betalen aan de belastingdienst
  • Het bedrijf is geen rechtspersoon
  • De onderneming is gevestigd in Nederland
  • De administratie is op orde wat betreft btw en of je op tijd ontheffing hebt aangevraagd.

Let op, om in aanmerking te komen voor de nieuwe regeling dien je voor 20 november 2019 het aanmeldformulier te versturen naar de belastingdienst. Dat kan je hier doen! Als het goed is ontvang je binnen zes weken bericht, daarom is het noodzakelijk dit voor 20 november 2019 in te dienen.

Wil je weten of je in aanmerking komt voor deze nieuwe kleineondernemersregeling? Neem dan contact met ons op!

Subsidie voor sportverenigingen

Ben jij eigenaar van een sportvereniging en investeer flink in de accommodatie en/of materialen? Sinds 2 januari 2019 is het mogelijk voor sportverenigingen om subsidie aan te vragen voor deze investeringen. In deze blog lees wanneer je recht hebt op subsidie.

De subsidieregeling stimuleert de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties en de aanschaf en het onderhoud van de materialen die voor de sport nodig zijn. Denk hierbij aan trampolines, doelen, aanschaf van ballen of matten.

Wie komt in aanmerking?

Alle sportverenigingen en alle niet-winstbeogende organisaties kunnen aanspraak maken op deze subsidie. De regeling subsidieert 20% van de kosten voor de bouw, het onderhoud en het beheer van de accommodatie. Maar ook van de aanschaf en het onderhoud van de materialen. De subsidieaanvraag moet minimaal € 5.000 zijn, maar mag niet hoger zijn dan €2.500.000 per kalenderjaar.

Aanvullende subsidie

Er is ook nog een aanvullende subsidie beschikbaar van 15%. Dit geldt voor kosten van maatregelen voor energiebesparing en toegankelijkheid. Om in aanmerking voor deze subsidies moet je voldoen aan enkele criteria. Wil je weten welke dat precies zijn? Neem dan contact met ons op!

Auto van de zaak of privé?

Regelmatig krijgen wij de vraag van ondernemers: moet ik mijn auto op de zaak zetten of privé houden. Deze vraag is echter niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Een auto op de zaak klinkt aantrekkelijk. Maar rijd je toch privé kilometers met je zakelijke auto? Dan krijg je een bijtelling. En de belasting die je daar over betaalt kan flink in de papieren lopen!

Gebruik jij je auto alleen zakelijk? Dan mag je al je kosten, inclusief de afschrijvingen op de zaak boeken. Een bijtelling is niet nodig, mits je kunt aantonen dat je de auto niet privé gebruikt.

Houd jij je auto privé, maar rijd je er wél zakelijke kilometers mee? Dan kun je voor gemaakte reiskosten 19 cent per zakelijke kilometer op de zaak boeken. Doordat je het op deze manier doet hoef je geen bijtelling te doen. De brandstof, verzekerings- en onderhoudskosten, samen met de wegenbelasting, komen voor eigen rekening.

Rijd jij je auto zakelijk én privé? Dan is het een kwestie van een inschatting maken hoeveel kosten je per jaar aan de auto gaat hebben, hoeveel kilometer je gaat rijden en hoeveel daarvan zakelijk zijn. Met die inschattingen kunnen we gaan rekenen wat naar verwachting de beste (fiscale) invulling is.

Daarbij is het naast de te verwachten kosten, ook van belang hoe hoog de winst is, welk bijtellingspercentage er voor de auto van toepassing is en welke andere aftrekposten je hebt bij je belastingaangifte. Het is van belang om na te denken over de uitkomst van de btw verwerking en hoeveel moeite je wil doen om de voordeligste variant uit te voeren.

Of je nou kiest voor alleen zakelijk, privé of beide; de keuze die je maakt is voor de gehele periode dat de auto op jouw naam staat. De ene keuze kan voor jou daarbij stukken voordeliger uitpakken dan de andere! Kortom: als je voor deze keuze staat, is het verstandig de berekening samen te maken.

 

Neem gerust contact met ons op voor een afspraak via 033 245 48 70 of info@aplusbadviesgroep.nl.

HOGERE WOZ-WAARDE KAN POSITIEF UITPAKKEN!

Deze maand staat in het teken van de aangifte inkomstenbelasting. Hierbij komt ook de WOZ-waarde om de hoek kijken. Woningeigenaren hebben in januari of februari de WOZ-waarde, ofwel Waardering Ontroerende Zaken, ontvangen.

De WOZ-waarde bepaalt de hoogte van een aantal belastingen. Niet alleen kan een hogere WOZ-waarde invloed hebben op je inkomstenbelasting, de waarde telt bijvoorbeeld ook mee in de zuiveringsheffing/waterschapslasten. Een lagere WOZ-waarde kan dus gunstig zijn. Let op: een hogere WOZ-waarde kan positief uitpakken voor je hypotheekrente.

Hoe gunstiger de verhouding tussen de hoogte van je lening en de waarde van je huis, hoe lager de rente. Een groot verschil is dat de belastingen automatisch worden aangepast, maar je moet zelf je leningverstrekker vragen om renteverlaging. Als je de WOZ-waarde niet meer weet of kunt vinden; op www.wozwaardeloket.nl is die (of van de buurman) gemakkelijk te vinden.

Doordat de afgelopen jaren de huizenprijzen flink zijn gestegen, stijgt hiermee ook de WOZ-waarde. Dit is gemiddeld 6%. Heb jij een vermoeden dat je WOZ-waarde te hoog is? Dan kun je bezwaar indienen. Doe dit binnen 6 weken na ontvangst van je WOZ beschikking. Dagtekening hiervan is de startdatum van deze 6 weken. Afhankelijk van de gemeente waar je woont is dat in maart of uiterlijk half april. Daarna vervalt het recht om bezwaar in te dienen. Bezwaar dien je in bij de gemeente. De gemeente heeft tot eind van het jaar waarin je bezwaar doet, de tijd om uitspraak te doen. Meestal gaat dit echter sneller. Wijst de gemeenste je bezwaar af, kun je nog in beroep gaan bij de rechter. Bezwaar maken kan kosteloos, maar bij de rechter moet je wel betalen.

Meer informatie? Stel je vraag aan info@aplusbadviegroep.nl.

Regelingen ten aanzien van de eigen woning

In 2019 veranderen veel belastingregels rondom de eigen woning ingrijpend. Grote kans dat dit ook gevolgen heeft voor jouw persoonlijke situatie. Daarom lichten we hieronder aan aantal opvallende veranderingen toe.

 

Renteaftrek

De hypotheekrente voor hogere inkomens wordt al jaren, vanaf 2014, geleidelijk met 0,5 % afgebouwd. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek sneller afgebouwd. Hier heb je last van als je belastbaar inkomen boven € 68.507 ligt.

Tussen 2020 en 2023 gaat de aftrek met 3 % per jaar omlaag; vanaf 2023 zijn de aftrekbare kosten eigen woning nog maximaal aftrekbaar tegen 37,05 %. Dat is nu nog 49 %. Met de opbrengst van deze maatregel wil het kabinet het eigenwoningforfait verlagen. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van de woning, waarover belasting betaald moet worden.

De tarieven voor een aantal andere aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling, giften en partneralimentatie voor deze inkomens, worden ook vanaf 2020 afgebouwd. In 2023 zijn deze aftrekposten ook nog maximaal aftrekbaar tegen 37,05 %.

 

Monumentenaftrek

Ben jij trotse eigenaar van een monumentaal pand? Of van plan er dit jaar een te kopen? Dan zijn deze nieuwe regelingen wellicht interessant voor jou. Met ingang van 2019 is de monumentenaftrek vervangen door een subsidieregeling. Voor alle eigenaren van monumentenpanden die gebruikmaakten van de monumentenaftrek, is er een nieuwe regeling voor onderhoud.

Samen met de overheid heb jij als eigenaar er belang bij dat jouw rijksmonument in goede staat blijft en om die reden wil de overheid eigenaren tegemoetkomen met een subsidie. Eigenaren kunnen in de nieuwe regeling maximaal 38 % subsidie krijgen voor gemaakte instandhoudingskosten voor een rijksmonument.

 

Nieuwsgierig of deze subsidieregeling gunstig voor jou kan uitpakken of wil je meer informatie over de hypotheekrente? Neem dan gerust contact met ons op!

Werkkostenregeling of loon in natura?

Lunchen op kosten van de zaak in de bedrijfskantine; hoe moet je dat fiscaal verwerken?

 

Gerichte vrijstelling

Wanneer jij en/of jouw werknemer(s) de lunch vanuit huis meeneemt of privé betaald heeft, is er natuurlijk niets aan de hand. Heeft de lunch een ‘meer dan bijkomstig zakelijk karakter’, dan kan dit zonder fiscale consequenties vergoed worden. In de werkkostenregeling wordt dit dan als gerichte vrijstelling verwerkt.

 

Loon in natura

Verstrekt u als werkgever een lunch en heeft deze niet een ‘meer dan bijkomstig zakelijk karakter’, dan wordt deze verstrekking door de belastingdienst gezien als loon in natura. In dit geval ben je er loonbelasting over verschuldigd. Voor de waarde van een maaltijd in een bedrijfskantine geldt een normbedrag; deze wordt jaarlijks door de belastingdienst vastgesteld. Voor 2018 is dit € 3,35 per maaltijd. Dit wordt als volgt berekend: de waarde van de maaltijd minus de eventuele eigen bijdrage moet belast worden. Je kunt het ook aanwijzen als eindheffingsloon. Dan komt de resterende waard ten laste van de vrije ruimte.

 

Wel of geen aftrekbare btw?

De btw over de kosten en inkoop van de lunch zijn beperkt aftrekbaar. Hiervoor moet de ‘bevoordeling’ per werknemer bepaald worden, conform de rekenmethode van de belastingdienst. Is de bevoordeling van de kantinekosten samen met andere bevoordelingen lager dan € 227,-? Dan mag je de btw volledig aftrekken.

 

Voor meer informatie over de werkkostenregeling, rekenmethode ‘bevoordeling’ en zakelijke maaltijden, kun je gerust contact met ons opnemen!

Pensioenverdeling na scheiding

Scheiden is altijd een vervelende gebeurtenis die veel ingrijpende veranderingen met zich meebrengt. Als je gaat scheiden weet je dat je veel afspraken moet gaan maken, zoals over de verdeling van de bezittingen. Waar je misschien niet direct aan denkt, is het pensioen dat is opgebouwd tijdens je huwelijk. Het pensioen lijkt immers nog zo ver weg en er zijn nog zo veel andere zaken te regelen. Maar ook dit zal, tenzij anders afgesproken, verdeeld moeten worden. Waar moet je op letten en hoe wordt het pensioen verdeeld? Je leest het hier!

 

Basis en aanvullend pensioen

In Nederland ontvangt iedereen, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, een AOW-uitkering. Dit staat voor Algemene Ouderdomswet en is het basispensioen voor ouderen, met 70% van het minimumloon. Dit basispensioen hoeft niet verdeeld te worden met je ex-partner. Bovenop de AOW ontvangen de meeste mensen een aanvullende pensioen. Hier hebben werknemers voor gespaard of hebben dit verplicht opgebouwd. In de CAO staat beschreven hoe de werknemer zijn of haar pensioen opbouwt. Het aanvullend pensioen is onder te verdelen in ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen.

 

Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen is het pensioen dat iedereen ontvangt die via een pensioenregeling, pensioen heeft opgebouwd. Als jij gescheiden bent, heeft je ex-partner vaak recht op een deel van jouw pensioen en andersom. Mits het anders is afgesproken, krijg jij (of je ex-partner) de helft van het pensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk. Dit staat vermeld in de ‘verevening pensioenrechten’. Ook staat er in deze wettekst informatie over het nabestaandenpensioen en wie de pensioenen uitbetaalt. Er is in feite dus geen rechter nodig om dit te regelen.

Dit pensioen moet na een echtscheiding onder jullie worden verdeeld. Als je binnen twee jaar melding doet van de scheiding bij het pensioenfonds, keert het fonds automatisch het juiste deel aan jou en je ex-partner uit. Je kunt er ook voor kiezen andere afspraken te maken. Zo kun je bijvoorbeeld kiezen voor een andere verdeling of een andere periode waarover het pensioen wordt uitgekeerd. Je kunt ook afspreken om het pensioen helemaal niet te verdelen. Bijvoorbeeld als jij en je ex-partner allebei ongeveer evenveel pensioen hebben opgebouwd. Al deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant, in de huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden.

 

Nabestaandenpensioen

Naast een ouderdomspensioen kun je ook een nabestaandenpensioen opbouwen. Komt je partner te overlijden, dan wordt het pensioen uitgekeerd aan de nabestaanden. Overlijdt je partner nadat jullie gescheiden zijn, dan krijg je een ‘bijzonder nabestaandenpensioen’ uitgekeerd. Dit is het deel van het pensioen dat tot de scheiding is opgebouwd. Een eventuele nieuwe partner ontvangt het deel dat is opgebouwd na de scheiding.

De hoogte van het aanvullend nabestaandenpensioen is meestal gekoppeld aan het ouderdomspensioen. Ook is de hoogte afhankelijk van het salaris en het aantal dienstjaren.

 

Verdeling pensioen

Het belangrijkste bij een echtscheiding is het communiceren van de afspraken met je ex-partner. Je moet namelijk zelf afspraken maken over de verdeling van het opgebouwde pensioen. Bovendien is het belangrijk om alle afspraken die je maakt vast te leggen in een scheidingsconvenant. Deze heb je nodig als je bij een pensioenfonds aanklopt. Je kunt na een scheiding voor twee soorten verdelingen kiezen:

  • Pensioenverevening: wanneer jouw ex-partner de pensioensleeftijd bereikt, ontvang jij onmiddellijk de helft van zijn/haar pensioenuitkering en andersom;
  • Pensioenconversie: jij ontvangt jouw deel van het pensioen van je ex-partner pas als jij zelf de pensioensleeftijd hebt bereikt en andersom.

De pensioenuitvoerder (pensioenfonds of verzekeraar) betaalt vervolgens het ouderdomspensioen uit aan jou en je ex-partner.

 

Klein pensioen

Word het pensioen altijd verdeeld? Nee! In de wet staat een ondergrens voor uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Deze ondergrens wordt jaarlijks geïndexeerd. Moet de pensioenuitvoerder minder dan € 467,89 bruto per jaar (per 2017) betalen aan de ex-partner die niet zelf het pensioen heeft opgebouwd? Dan geldt dit als ‘klein pensioen’ en deze pensioenen worden niet verdeeld.

 

Wil je meer informatie hierover? Neem gerust contact met ons op, vraag een vrijblijvend gesprek aan en wij helpen je graag verder!

Studieschuld terugbetalen: hoe doe je dit en waar begin je?

Het studentenleven is voor velen de mooiste tijd van het leven. Op kamers, veel feesten, reizen… Kortom: heel veel vrije tijd om te genieten! Om dit mede mogelijk te maken, kiezen veel studenten ervoor om optimaal gebruik te maken van studiefinanciering onder het motto “maximaal leven is maximaal lenen”. Als de studietijd voorbij is, is het vaak wel even schrikken van de opgebouwde schuld. Hoe gaat aflossen in zijn werk en waar begin je?

 

Aanloopfase en afloopfase

Je hebt je studietijd afgerond en gaat aan de slag in het bedrijfsleven. Het aflossen kan dus beginnen, maar is in de eerste twee jaar na het afronden van je studie nog niet verplicht. Dit heet de aanloopfase. Deze begint in januari ná het kalenderjaar dat je je diploma hebt gehaald of bent gestopt met je studie.

Als deze twee jaar voorbij zijn, moet je écht gaan beginnen met aflossen. Dit wordt de aflosfase genoemd en nu betaal je verplicht iedere maand een bedrag aan DUO. Hoe veel tijd je krijgt voor het aflossen is afhankelijk van het opleidingsniveau en het moment wanneer je bent begonnen met studeren.

 

  • Alle studenten die voor het studiejaar 2015-2016 zijn begonnen met afstuderen, moet binnen 15 jaar hun schuld aflossen.
  • Hbo en wo-studenten die in of na september 2015 aan een bachelor of master zijn begonnen, kunnen in maximaal 35 jaar aflossen. Ook de studieschuld die je eventueel eerder tijdens je mbo-opleiding hebt opgebouwd, los je binnen die tijd af.
  • Ben je vóór 2015/2016 begonnen met je bachelor en ben je in of na 2015 begonnen aan een master? Dan mag je kiezen of je in 15 of 35 jaar aflost.

 

Hoeveel los je maandelijks af?

In de aflosfase los je maandelijks een bedrag af en DUO stelt dit maandbedrag vast. Op basis van de hoogte van je schuld, de rente én je verzamelinkomen, wordt er berekend hoeveel jij maandelijks moet betalen om dit binnen 15 of 35 jaar helemaal afgelost te hebben. DUO kijkt naar het inkomen van jou (en je eventuele partner) van twee jaar geleden. De kans dat je verzamelinkomen nu hoger ligt, is groot. Was je verzamelinkomen twee jaar geleden veel hoger? Vraag dan via mijnduo.nl een verlaging van het maandbedrag aan door het peiljaar te verleggen.

Wil je sneller van je schuld af zijn en kan je meer aflossen per maand dan wat DUO voorstelt? Meer aflossen kan altijd!

 

Jokerjaren

Wil jij, om welke reden dan ook, het aflossen stopzetten? Je kunt dit maximaal vijf jaar stoppen. Dit worden ‘jokerjaren’ of de aflosvrije periode genoemd. Hier zitten wel een aantal regels aan verbonden:

  • Je moet de aflosvrije periode aanvragen vóór de eerste van de maand waarin de periode moet starten.
  • De rente over je schuld blijft doorlopen.
  • De jokerjaren komen bovenop de terugbetalingstermijn van 15 of 35 jaar.

 

Wil je meer weten over het afbetalen van een studieschuld? Neem contact op met één van onze adviseurs!

 

 

Ben jij Financieel Fit?

Tegenwoordig zijn er veel mensen bezig met hun gezondheid. Op Instagram zie je de hashtags ‘fitgirl’ of ‘fitboy’ vaak voorbijkomen. De hashtag ‘financieel fit’ is daarentegen nog niet zo populair, maar dit is niet minder van belang voor je gezondheid!

 

Langdurige stress

Wanneer je financiën niet op orde zijn, kun je hier veel stress door ervaren. Langdurige stress kan schadelijk zijn voor je gezondheid en kan veel vervelende gevolgen met zich meebrengen. Voorbeelden hiervan zijn onzekerheid, rusteloosheid en slapeloosheid. Heb je financieel alles op orde en ben je daardoor dus ‘financieel fit’, geeft dit een rustig gevoel, ben je beter in staat te functioneren en bovenal meer te genieten van het leven.

Wat opvallend is, is dat mensen hier over het algemeen weinig geld voor opzij willen zetten. Geld opzij zetten voor dure sportscholen, gezonde (biologische) voeding, detox kuren en voedingsboeken is geen probleem. Maar geld betalen voor het regelen van financiële zekerheid en financiële rust hoort (nog) niet thuis in dit rijtje.

 

Eenmalige investering

Geld steken in financiële planning is een eenmalige investering die eens in de twee jaar een kleine, zogenoemde FPK (financiële periodieke keuring) nodig heeft. Dit wordt al snel als een grote last gezien. De rust die je hier echter voor terug krijgt wanneer je weet dat alles goed geregeld is, zoals bij je overlijden, pensioen en werkeloosheid, heeft een positieve invloed op je gemoedstoestand. Vervolgens heeft dit een positief effect op je leven en je gezondheid. En dat gaat boven alles, toch?

 

Bij A+B werken wij samen met de software van mijngeldzaken.nl; dit geeft je toegang tot je financiële huishouding en hoe je dit kunt vormgeven.

 

Meer weten over deze software? Wij adviseren je hier graag over! Neem contact op met één van onze adviseurs!

Belangrijke wijzigingen huwelijksvermogensrecht vanaf 1 januari 2018

Waarschijnlijk heb je het al ergens gehoord, maar vanaf 1 januari 2018 zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in het huwelijksvermogensrecht. Hieronder zal ik in kort uitleggen wat de belangrijkste wijzigingen zijn:

 

TOT 1 JANUARI 2018

Wanneer je ging trouwen en je regelde vooraf niks trouwde je automatisch in gemeenschap van goederen, hetzelfde was het geval wanneer je een geregistreerd partnerschap aanging. Het gevolg van een algehele gemeenschap van goederen was dat alle bezittingen en schulden van de echtgenoten/partners als het ware door een magneet werden aangetrokken. Wanneer partner X een woning en spaargeld had en partner Y had niks voor het huwelijk, werd partner Y na voltrekken van het huwelijk mede-eigenaar van de woning en het spaargeld.

 

VANAF 1 JANUARI 2018

Met de nieuwe wet trouw je, zonder het opmaken van huwelijkse voorwaarden, in een beperkte gemeenschap van goederen. Wat betekend dit nu? De hoofdregel in de nieuwe situatie is als volgt:

  • Hetgeen je voor het huwelijk bezit blijft bij jou in privé;
  • Alles wat je tijdens het huwelijk verkrijgt is voor jullie beide.

 

Bij einde huwelijk betekend dit dat er 3 vermogens zijn waar rekening mee moet worden gehouden, dit zijn:

  • Privé vermogen echtgenoot A
  • Privé vermogen echtgenoot B
  • Gezamenlijk vermogen

 

Nu lijkt dit allemaal niet zo heel moeilijk, maar een belangrijke voorwaarde is dat alles goed wordt bijgehouden/geadministreerd. Een gevolg van het niet bijhouden is dat de privévermogens ook als gemeenschappelijk worden beschouwd. De verwachting van vele financiële professionals is dat het bijhouden in de praktijk niet of niet goed wordt gedaan.

 

A+B Adviesgroep kan hierbij helpen. Na de euforie van de verloving en de voorbereidingen op het komende huwelijk wordt niet of niet goed nagedacht over het financiële gedeelte van het aangaan van het huwelijk. Veel voorkomend is, niet nodig bij ons, wij gaan niet scheiden, oh dat komt wel goed, etc. Wij kunnen helpen vanaf het moment van verloving (of eerder natuurlijk) tot het jaarlijkse bijhouden/ondersteunen van de financiën.

 

Neem contact met ons op voor al uw vragen omtrent de financiële gevolgen van het huwelijk.